Brandwonden fretje Sarah

Enige weken geleden kwam het fretje Sarah bij ons op het spreekuur. De eigenaren maakten zich zorgen over haar. Zij meldden dat ze enkele dagen eerder, achter de verwarming was gevallen.

We zien ze niet vaak in de spreekkamer: fretjes. Fretten behoren tot de marterachtigen. Ze worden overwegend als gezelschapsdieren gehouden, maar ook voor de jacht worden ze nog wel ingezet. Enige weken geleden kwam het fretje Sarah bij ons op het spreekuur. De eigenaren maakten zich zorgen over haar. Zij meldden dat ze enkele dagen eerder, achter de verwarming was gevallen.

Het viel de dierenarts op dat de kin en de rechterflank ernstige brandwonden hadden. Ongelooflijk maar waar was er verder niets aan de hand met Sarah, ze was heel erg levendig thuis, en ook de eetlust was erg goed, ze had wonderbaarlijk alleen maar last van wat jeuk.

Omdat de huid van de brandwonden eerst moet worden afgestoten voordat nieuwe huid gevormd kan worden, werd gestart met het goed insmeren van de brandplekken met een zalf die de huid goed vettig houdt. Daarnaast kreeg Sarah pijnstilling tegen de pijn en antibioticum om infecties tegen te gaan.

Na een paar dagen kon, in narcose, een groot deel van de korsten van de opperhuid verwijderd worden, dit noemen we een wondtoilet. Onder de korsten was veel pus aanwezig wat het lichaam zelf produceerd had om de afgestorven huid af te stoten. Na het verwijderen van de korsten en de wonden goed schoongemaakt te hebben moesten deze ingesmeerd worden met een zalf die de huid zowel ontsmet als ondersteund in het herstel. Daarnaast werden het antibioticum en de pijnstilling nog gegeven.

Toen Sarah uit narcose wakker werd en haar nieuwsgierige oogjes opende, was ze vrijwel meteen een stuk monterder dan voor de operatie. Er was maar één ding dat ze wou: ETEN!

Een goede behandeling door een dierenarts is belangrijk, maar even zo belangrijk is goede nazorg door de eigenaar. Sarah mocht naar huis. De eigenaren kregen instructie’s mee over het medicijngebruik en de wondverzorging. Aan hen de taak om de therapie thuis voort te zetten. Thuis moest Sarah helaas wel even apart blijven van haar twee soortgenootjes.

Sarah is nog een aantal keren bij ons geweest voor controle en tot onze vreugde kunnen wij melden dat het heel goed gaat met haar. Dankzij de volhardendheid van de eigenaren, zijn de wonden nu bijna genezen. Er begint zelfs weer haar op de plekken te groeien. Voor dit vrolijke, nieuwsgierig dametje is nu nog één ding van belang: “Ik wil naar mijn vriendjes terug!”